De klokken van de Westertoren luidden een nieuw uur in, een uur dat ik mistelde. Het was in ieder geval al ochtend. Creatief had het raam opengezet, zachte lucht en een streepje zon glipten langs de dikke gordijnen wanneer die een stukje openwaaiden. De schemerachtige, rustige kamer werd gevuld met jazzy vrouwenstemmen terwijl Creatief en ik in elkaars armen de zondagochtend wegsoezden.
Dat we de nacht samen zouden doorbrengen was heel snel duidelijk. Meteen duidelijk. Met het verloop van de avond werd het alleen maar duidelijker. Ik voelde me verlegen en mooi onder zijn bewonderende en brutale blikken. Soms keek ik ongegeneerd terug, soms lukte dat me niet. Dan sloeg ik mijn wimpers neer en bracht snel mijn cocktail naar mijn glimlachende lippen. Onze monden kwamen in de tweede kroeg steeds dichter bij elkaar. Een hunkerend moment waarbij onze lippen elkaar net niet raakten. Een ander moment waarbij zachte woorden voelbaar tegen elkaars mond botsten, vergezeld door onze warme adem. Ik zei hem dat ik zijn blikken voelde, iedere keer als hij stiekem naar me gluurde. Ik voelde me daar verlegen onder, ook dat vertelde ik hem. Als antwoord daarop aaide Creatief me zacht met een vinger over mijn neus. Geen woorden of ander gebaar hadden duidelijker kunnen maken dat hij me lief vond.
Eenmaal weer in de koude buitenlucht stak ik onverwacht mijn arm door de zijne. Wat onwennig door het plotselinge gebaar hield hij zijn arm naast zich. Ik moest hem even loslaten en zodra ik weer naast hem liep, zocht zijn hand automatisch de mijne. Losjes gleed mijn hand in de zijne. Hij vond mijn huid zacht, zei hij. We wandelden rustig langs de donkere grachten verder, terwijl Creatief me vanzelfsprekend naar zijn huis bracht.