De opdracht was mijn auto “ergens in het centrum” neer te gooien. Daarna Creatief bellen, die mij naar het bruisende stadshart van A’foort zou loodsen naar een intiem kroegje. Helder en duidelijk. Tot mijn verbazing had A’foort City minimaal zeven parkeergarages in het centrum. Iene, miene mutte….de garage bij het Stadhuis klonk mij als A’foort-city newbie goed in de oren. Lekker duidelijk waar je was ivm uitleggen. Ik parkeerde de auto, rommelde nog wat met mijn make-up en liep naar buiten toe. De stad lag er voor een zaterdagavond in het centrum wel heel erg stil bij. Er was werkelijk niemand op straat. Het regende een beetje en de straatverlichting gaf de omgeving een gele, surrealistische gloed. Ik belde Creatief.
“He, waar ben je dan?” “Bij het stadhuis geloof ik. (ha! Goed ijkpunt)” “Hoe heet de straat waar je nu loopt dan?” “Ehm…ff kijken….” Ik draaide me om, zoekend naar een naambordje. De enige persoon die ik plotseling zag fietsen kwam me eigenlijk vaagjes bekend voor….de fietser verdween achter een gevel. ”Stop! stopstopstop” giechelde ik door de telefoon. “Ik geloof dat ik je net voorbij zag fietsen…..”
Wederom een rare ontmoeting op een hoek: ik liep Creatief tegemoet, terwijl hij met de fiets aan de hand mij tegemoet slenterde. Het regende wat harder, en ik grijnsde van oor tot oor. De ondeugd knalde van zijn brutale gezicht af. “Hoi” “Hoi. Timing he?” “Ja, perfect” We stonden oog in oog, zijn fiets tussen ons in. Ik stond op mijn tenen, maar kwam desondanks nog niet bij zijn mond. Daarom drukte Creatief mij een zachte kus op mijn voorhoofd. “Kom, die kant op” zei hij. Het regende en de koude druppels maakten mijn haren nat. Desondanks voelde ik me warmer dan tevoren.