“Jaaaa ja…volgens mij ben je gewoon een hopeloze romanticus”. Ik grinnikte. Wie was deze pedante Guus, die met een provocerend (maar oei, oh zo correct) berichtje mij benaderde? Nieuwsgierig bekeek ik zijn foto’s: een donkere, elektrische oogopslag, een bijzonder zinnelijke mond, en algehele eigenzinnigheid die van het scherm barstte. “It takes one to know one baby” pareerde ik. In zijn volgende berichtje verzuchtte hij dat ik gewoon maar even bij Guus op schoot moest komen zitten. Ik lachte hard. Binnen twee berichtjes had ‘ie me al volledig ingepakt. Nu nog even binnentikken.
Dat binnentikken vond na een dagje plaats. Het was een warme vrijdagmiddag. Guus piepte online iets over een festivalletje dat hij misliep. Ik zei hem niet te zeuren, nu de trein te pakken naar Zandvoort en met mij aldaar van het verse weekeinde en de zon te genieten. “Ok, tot zo!”. En weg was ‘ie. Ik knipperde eens met mijn ogen. Goed. Ademhaal. Een graai en een grabbel naar sleutels, foon en andere handige dingen (laatste centen, condooms, truitje) en *hop* op de fiets naar het station. Zowel hard meezingend als doortrappend moest ik lachen om zoveel assertiviteit. Nu had ik nog een goede vijf minuten tot rust komen op het station in de planning, zodat ik (haar gefatsoeneerd, een beminnelijke en mysterieuze glimlach om de mond en met een sophisticated houding ergens losjes op leunend) Guus op me af kon laten lopen.
Terwijl ik met oververhit fietshoofd mijn trouwe opoe ergens tussen de rekken probeerde te proppen en in worsteling was met mijn grote Amsterdam fietsslot, ging mijn telefoon over. Niets vijf minuten tot jezelf komen. Die vervloekte Guus stond gewoon al buiten ergens, zoekend naar mij!!! “Eeeeeh, zie je ergens een meisje in gevecht met haar fiets en slot?” pufte ik met de telefoon onhandig tussen mijn schouder en oor geklemd. “Ik geloof dat ik je zie staan ja” zei hij. Oh bother. Ik durfde niet eens op of om te kijken, en concentreerde me héél hard op mijn slot.
Ineens stonden daar twee gympen naast me. “Hoi” hoorde ik ergens boven me, terwijl ik nog steeds hot and sweaty dat vervloekte slot probeerde dicht te krijgen. Nog half voorovergebogen tussen de fietsen keek ik met verwilderde haren opzij. “Hey…” Zozo. Het slot klikte ineens dicht. Zozo! Dit kon nog wel eens interessant worden…Ik duwde mijn haar uit mijn gezicht, was alle chaos plots vergeten en keek Guus nog eens aan. Het was Guus gelukt: ik ging zó ontzettend bij hem op schoot zitten.“Kaartjes halen naar Zandvoort dan maar?”…