Mijn schoenen had ik meteen uitgetrapt zodra ik op het strand stond. We liepen langs de vloedlijn en ik voelde de koude zee om mijn voeten slaan. Mijn tenen drukte ik dieper in het zand terwijl ik de afdrukken van de trappelpootjes van een meeuw volgde. Naast me liep Guus, die van de wind gewonnen had en tevreden aan een sigaret was begonnen. We slenterden naar Bloemendaal, terwijl we grinnikten en praatten. Af en toe keek ik stiekem naar hem.
Ineens draaide Guus zich om en rende van me vandaan. Dit bleek een aanloopje te zijn voor een perfect uitgevoerde radslag. Met een doffe klap kwam hij weer met zijn beide voeten op het zand terecht. Rustig kwam hij naar me toegeslenterd. “Zo, uit je systeem?” “Ja, wilde even weten of je met de wind mee makkelijker een radslag maakt.” “En?” “Nee.” Guus zocht een nieuwe sigaret. Ik stelde hem voor om ook bij het circus te gaan. Mijn vriendinnetje van vier wordt namelijk acrobaat, legde ik uit, met een glitterpakje en veren en met zo’n grote bal. We zouden dan slapen in een gave roze woonwagen. Een clown die op zijn handen zou lopen en gekke radslagen kon maken maakte met ons een mooi trio. Ik werd natuurlijk dompteur, en zou gehuld in tophat en een strak getailleerd rood circusjasje en hoge laarzen de leeuwen met een zweep temmen. “Ik ben een leeuw hè…” grijnsde Guus met een scheve glimlach.
Op Bloemendaal zochten we een tafel en bestelden we vieze rosé en koud bier. Nog iets later kwamen daar een grote noodle salade en een halve kreeft bij. En nog meer bier en rosé. Ik genoot van mijn tafelheer en hoe hij ongegeneerd zijn kreeft te lijf ging. De muziek baste rustig door, de rosé ging steeds minder vies smaken en de zon zakte verder weg richting horizon. Guus wilde mijn ogen nu eens goed zien, ze waren toch groen?...Ik zette mijn divabril af, en keek hem in zijn bruine ogen terug. Mijn ogen fixeerde ik op de zijne, terwijl ik dwangmatig probeerde om niet afgeleid te worden door zijn prachtige mond. Koelbloedig ademde ik door.
“Ja” concludeerde Guus “je lijkt erg op je foto’s…eerst ben je stoer, dan cynisch en daarna afwachtend. Wat komt daarna?” Ik lachte luid. “Op schoot zitten?” gierde ik uit. “Kggggggg” deed hij, semi-verbaasd, semi-tevreden. “Dit is de eerste keer dat je breeduit schatert. Mooi zo.” Ik keek hem van onder mijn wimpers vandaan en schonk hem weer een grijns, nu wat verlegener. De zon was ondertussen helemaal verdwenen achter de horizon.