Vrijdagnacht, uurtje of twee. Guus kwam me nonchalant tegemoet rijden in de Leidsestraat. Hij had me nog niet gezien. “Guuuhuuus!” kirde ik zachtjes. Piepende remmen en een abrupte stop. “Hey…” keek hij donker, terwijl ik mijn fiets naast de zijne plantte. Een zoen met zijn heerlijke mond nam ik in ontvangst. Heel even bleven onze neuzen vlak bij elkaar zweven. “Waar gaan we naartoe?” vroeg ik. “Even vragen….” Guus wees verder de straat in, en gebaarde naar een knappe gozer in een leren jasje die voorovergebogen over zijn stuur stond te wachten. “Weber toch maar?” riep hij naar zijn maatje. “Prrrrrima!” was het antwoord. Ik was ondertussen naar de jongen toe gefietst en werd nieuwsgierig door hem opgenomen. Met een grijns stak ik mijn hand uit en stelde me voor. “Aangenaam kennis te maken, mon amour” antwoordde hij. De jongen stelde zich voor als Jasper en gaf mij een met een diepe buiging een handkus. Ik grinnikte. Met twee fijne heren, elk aan een zij fietste ik rustig door richting het Leidseplein.
Het was druk op straat. Nachtvlinders, - en brakers, te dronken Engelse jongens en meiden, verdwaalde toeristen en het lokale uitgaanspubliek op weg naar of van een feestje. En onmiskenbaar, overduidelijk, without a doubt stond daar Creatief. Dit zou verdorie onze derde ontmoeting worden deze rare nacht…. Ik giechelde nadat ik mijn adem had hervonden. Zijn lengte stak boven de rest uit, handen in zijn zakken gestoken, petje een stuk over zijn ogen getrokken. Hij keek wat in de rondte, en zou mij ieder moment herkennen omdat ik dichterbij kwam.
Ik ging een stukje rechter op mijn zadel zitten, gooide mijn haren opzij en zette een ontwapenende grijns op. Toen gaf ik een paar goede hengsten aan mijn grote, luide fietsbel. Verschrikt keken mensen op en geamuseerd zag ik hoe Creatief mij direct herkende. “Daaahaaaaaag Creatiefje!...” riep ik pesterig, terwijl ik erbij zwaaide. Mijn mannelijke escorte reed net als ik rustig door. Ik passeerde Creatief, die met brutale oogjes zijn petje herschikte: “Dagdag” riep hij naar me. We grijnsden allebei uitdagend en onze ogen hielden elkaar heel even vast. Toen was het momentum voorbij en reed ik met rechte rug bij Creatief vandaan. Met Jasper aan mijn linker- en Guus aan mijn rechterzijde voelde ik heel eventjes of de wereld aan mijn voeten lag. Ik glimlachte en hoopte vurig dat Creatief ons nakeek hoe wij drieën de donkere nacht in reden.